Hoe werkt een succesvolle WHOA-procedure in 2026?
Op 20 maart 2026 werd op rechtspraak.nl een vonnis gepubliceerd van Rechtbank Noord-Nederland (ECLI:NL:RBNNE:2026:820). Een besloten vennootschap in Groningen vroeg de rechtbank een WHOA-akkoord te homologeren. De rechtbank wees het verzoek toe. De uitspraak is niet revolutionair. Zij bevat geen baanbrekende rechtsvragen en geen verrassende rechtsoverwegingen. Wat de uitspraak wél biedt, is een helder en concreet voorbeeld van wat de Wet Homologatie Onderhands Akkoord (WHOA) in de praktijk vermag. En die cijfers spreken voor zich.
Wat is er aan de hand?
De vennootschap raakte in de periode 2019-2024 in zwaar financieel weer. Als oorzaken worden genoemd: de Brexit, de coronapandemie en de oorlog in Oekraïne. Een combinatie van externe schokken die de financiële positie van de vennootschap stelselmatig uitholt.
In het voorjaar van 2025 werden maatregelen getroffen. De aandelen werden overgedragen aan een nieuwe kapitaalverstrekker, die een lening verstrekte. De huurprijs van het bedrijfspand werd neerwaarts bijgesteld. Er werd een nieuw ERP-systeem geïmplementeerd, personeel vloeide af en de bedrijfsvoering werd kostenefficiënter ingericht.
Toch bleek dit niet voldoende en was een (verdere) sanering van de schulden onvermijdelijk. Op 19 mei 2025 deponeerde de vennootschap een startverklaring en opende daarmee formeel de WHOA-procedure. Op 13 november 2025 bood zij haar schuldeisers een akkoord aan. Op 5 februari 2026 homologeerde de rechtbank dat akkoord.
De cijfers: wat werd er precies aangeboden?
De vennootschap had een totale schuldenlast van € 1.842.707, verdeeld over zeven klassen schuldeisers. De klassenindeling, een kernonderdeel van elk WHOA-akkoord, bepaalt wie hoeveel ontvangt en op welke termijn. Hieronder een overzicht:
De gedekte schuldeisers en de crediteuren met eigendomsvoorbehoud ontvangen volledig hun vordering. Met gedekt bedoelt de rechtbank dat de belastingdienst en de kapitaalverstrekker voor dit deel van hun vorderingen zekerheden hebben gevestigd. Ongedekte schuldeisers zijn de schuldeisers die dergelijke zekerheden niet hebben. De Belastingdienst ontvangt voor zijn ongedekte vordering (slechts) 13,5% De concurrente schuldeisers (waaronder de kapitaalverstrekker voor het ongedekte deel) ontvangen (slechts) 6,75%. De (ongedekte) mkb-crediteuren ontvangen 20%.
Hoe werkt de stemming?
Niet alle schuldeisers stemmen in één grote groep. De schuldenaar (de vennootschap dus in dit geval) deelt schuldeisers en aandeelhouders in verschillende klassen in.
Partijen met vergelijkbare rechten (zoals concurrente schuldeisers of preferente schuldeisers zoals de Belastingdienst) worden bij elkaar geplaatst.
Een klasse heeft ingestemd als een meerderheid van twee derde van het totale bedrag aan vorderingen van de stemmers binnen die klasse vóór het akkoord stemt.
Om door te kunnen naar de rechter, moet minimaal één klasse die "in the money" is (die bij een faillissement nog een uitkering zou krijgen), met het akkoord hebben ingestemd.
In deze zaak stemden klassen A, B, D en G unaniem in. Klasse E stemde voor 78,19% in en klasse F voor 96,19%. Beide dus boven de drempel. Alleen klasse C haalde de vereiste meerderheid niet. Eén schuldeiser (die 58,59% van de vorderingen in die klasse vertegenwoordigde) stemde tegen.
Wat houdt homologatie in?
Als de stemming is afgerond, vraagt de schuldenaar de rechter om het akkoord te bekrachtigen. Dit noemen we homologatie. Zodra de rechtbank het akkoord heeft goedgekeurd, zijn álle betrokken schuldeisers (in alle klassen) eraan gebonden, ook de partijen die tegen hebben gestemd. De rechtbank toetst in het kader van de homologie of alles eerlijk is verlopen. Er wordt hierbij ambtshalve gekeken naar de zogenaamde algemene weigeringsgronden (kort gezegd: Is de procedure correct gevolgd en is de informatievoorziening op orde?). Er zijn ook aanvullende weigeringsgronden waar de rechtbank aan kan toetsen zoals:
Schuldeisers mogen onder het akkoord niet slechter af zijn dan in een scenario van faillissement (zogenaamde Best Interests Test);
Bij een gedwongen akkoord (waarbij niet alle klassen instemmen) mag de waarde in principe niet verdeeld worden in strijd met de wettelijke rangorde, tenzij daar een redelijke grond voor is (Absolute Priority Rule).
Deze gronden worden door de rechtbank uitsluitend getoetst op verzoek van een stemgerechtigde schuldeiser of aandeelhouder die tegen het akkoord heeft gestemd (of ten onrechte niet tot de stemming is toegelaten) en die tijdig heeft geklaagd
In dit geval kon de rechtbank het akkoord homologeren, omdat (1) één klasse in the money voor had gestemd, (2) er geen aanleiding was het akkoord af te wijzen op grond van een algemene weigeringsgrond en (3) de (tegenstemmende) schuldeiser geen beroep had gedaan op de Best interest Test of de Absolute Priority Rule.
Het resultaat: bijna drie kwart van de schuld kwijtgescholden
Van de totale schuldenlast van € 1.842.707 wordt daadwerkelijk (ongeveer) € 506.323 betaald. Dat betekent dat ruim € 1.336.384, bijna 72,5% van de totale schuld, wordt kwijtgescholden.
Conclusie
Het besproken vonnis van Rechtbank Noord-Nederland laat zien hoe krachtig de WHOA kan zijn voor een bedrijf in zwaar weer. Bijna driekwart van de schuldenlast wordt kwijtgescholden waarna de vennootschap met een beter perspectief kan worden voortgezet. De ondernemer blijft een faillissement bespaard. En de schuldeisers zijn beter af dan in geval van faillissement.
Wat betekent dit voor u als MKB-ondernemer?
Als uw onderneming in zwaar weer verkeert, terwijl het bedrijf na een sanering van de schulden weer levensvatbaar is, zou de WHOA u ook kunnen helpen. Het is hierbij wel van belang om tijdig bij een WHOA-specialist aan te kloppen, anders is de WHOA een gepasseerd station. U dient namelijk tijdens het WHOA-traject financieel nog wel in staat te zijn om aan de lopende financiële verplichtingen van uw onderneming te voldoen.
Hoe kan Apex advocaten u helpen?
Wij begeleiden ondernemers door het gehele WHOA-traject: van de eerste verkenning of uw situatie zich leent voor een akkoordprocedure (quickscan), tot de voorbereiding van het akkoord, de klassenindeling, de communicatie met schuldeisers en het homologatieverzoek bij de rechtbank.